25 maart 2007

ds. Wim Lamfers
Dienst 25.3. 2007:

Lezing uit het Oude Testament: Jesaja 58:7-10
Lezing uit het Evangelie: Lukas 20:9-19

In het labyrint, dat het leven nogal eens is, liggen recht doen en onrecht doen, idealen, richtlijnen voor een goed leven en de keiharde, weerbarstige werkelijkheid vlakbij elkaar. Tussen de goede woorden van de profeet Jesaja enerzijds en de gelijkenis waarin het onrecht schreeuwend groot is, die Jezus vertelt, liggen werelden van verschil. Maar in al die woorden gaat het over één en dezelfde wereld: onze wereld.
Omdat wij nogal eens klem zitten tussen de realiteit enerzijds en idealen anderzijds stellen Jesaja en Jezus ons de indringende vraag aan welke kant wij staan. Staan wij aan de kant van de mensen die er naar streven medemens te zijn en hun geld en goed delen met anderen of staan wij aan de kant van de moordenaars die bang voor hun hachje en vechtend voor hun eigen belang ten koste van anderen proberen te overleven? Of proberen wij ons te drukken, ons zoveel mogelijk te verstoppen om maar vooral niet op te vallen en geen keuzes te hoeven maken, omdat te veel dingen in de wereld zo verwarrend door elkaar heen lopen? Voor ons op dat moment te verwarrend, dus geen positie innemen, laat staan stelling betrekken. Je er buiten houden, neutraal blijven. Maar kan dat? Is neutraal wel zo neutraal als het lijkt?
Jezus schildert ons medemensen die wel heel ver gaan bij het verdedigen van geld en goed. Geen profeet is veilig als God ver weg lijkt te zijn en niet ingrijpt om zijn personeel te verdedigen. Waar was God tijdens Jezus' kruisweg vol smarten?
Dat een profeet in eigen land niet geeerd wordt, wordt hier wel heel erg schrijnend duidelijk. Van dankbaarheid voor Gods woorden voor een betere wijze van samenleven valt niets te bespeuren. Desondanks geeft God de moed niet op. Desondanks blijft Hij met ons doorgaan, ondanks Golgotha, ondanks Auschwitz, ondanks Srebrenica. Terwijl God alle recht heeft om ons, mensen, hardhandig aan te pakken, is Zijn enige antwoord: 'Ik geef het niet met jullie op. Ik blijf het met jullie proberen. Ik blijf hopen dat jullie nog eens een keer ten goede zullen veranderen.' Wat een engelengeduld! Is het geen ijdele hoop, als je de wereldgeschiedenis overziet en de krant leest? Is God niet te soft?
De slaven blijven met lege handen en de nodige butsen en builen achter. Ook God blijft met lege handen staan. Hoe zou het met God gaan gezien het wereldgebeuren vol wreedheden? Hoe zou God er aan toe zijn, nu Zijn Zoon nog steeds elke dag moet lijden, elke dag de kruisweg gaat, omdat wij, mensen, zo wreed, zo harteloos zijn? Zal Jezus dan tot aan het eind der tijden in doodsstrijd wezen? Zijn wij dan zo hardleers, dat we niets oppikken van al het goede dat Jesaja en Jezus en o zoveel anderen ons voorhouden? Leren we dan nooit de les der geschiedenis? Denken we het dan echt zonder wijze levenslessen te kunnen stellen?
God stelt ons de nodige vragen, juist omdat er zoveel mensenlevens op het spel staan, juist omdat te weinig mensen zich de vraag stellen 'wat moet ik doen, gezien al die ellende?' Wat is MIJN aandeel in het wereldgebeuren? Wat kan IK verbeteren?
Hebben we God in West-Europa soms naar de rand van het leven en naar de rand van de samenleving verdrongen, is de kerk een randverschijnsel geworden, omdat God ons zulke lastige vragen stelt? Zoveel onrust willen we niet. Wij kijken voor onze gemoedsrust liever de andere kant op als er wat ergs gebeurt. De confrontatie met al die hoog gegrepen idealen is zo pijnlijk.
WIJ leven in die wijngaard. Wij zien voor onze ogen elke avond om acht uur bloedige taferelen. En wat doen we dan? Grijpen we dan naar de idealen van Jesaja en proberen we die in praktijk te brengen om te ervaren dat dat zelfs op kleine schaal niet zo eenvoudig is? Of schrijven we de wereld af, want er is geen beginnen aan? Worden we vermorzeld tussen ideaal en werkelijkheid of bedrijven we 'Realpolitik' en stellen we 'handel is handel' en dus moet je mensenrechten maar liever niet ter sprake brengen. Geen inmenging in de binnenlandse aangelegenheden van anderen.
Wat doe je als er een zwerver komt en je om geld vraagt voor een treinkaartje. Je weet uit ervaring dat je beduveld wordt, want dat verhaal heb je al zo vaak gehoord. Maar laat je iemand buiten slapen als het koud is?
Hoe gaan we met Gods idealen om? Ja, ik weet het, het moorden gaat intussen gewoon door. Nou ja, gewoon…
Midden in een donkere wereld loopt God met een lantaarntje naar medemensen te zoeken, die warmte uitstralen. God is temidden van alle verwarring ook op zoek naar een lichtpuntje, net als wij. Jezus zegt dat Hij HIER, van ONS verwacht, dat WIJ zijn als kaarsjes, brandend in de nacht. Amen.