20 mei 2007

ds Wim Lamfers
Lezing uit het boek Handelingen: Handelingen 20:16vv. en 28-36
Evangelielezing: Johannes 17: 1-4 en 14-21

Gemeente van de ten hemel gevaren Heer,

Na de vreugdeboodschap van Pasen dat de Heer leeft en de blijde boodschap op Hemelvaartsdag dat de wereld niet aan haar lot wordt overgelaten, maar veilig is in Gods hand, klinkt zowel bij Jezus als bij Paulus de oproep dichtbij God te leven door uit de diepste bedoelingen van Gods woord te leven.
Gods woord als de spil van het leven waar alles omdraait, Gods woord dat alles voedt. Dat klinkt ons allemaal wel erg pretentieus in de oren, want is nu alleen daar de waarheid te vinden, bij God en zijn Woord? Zijn er geen andere bronnen van inspiratie, die meer te bieden hebben dan die eeuwenoude woorden? Die oude verhalen, zij klinken ons vaak te bekend in de oren en zijn daardoor sleets geworden, versleten taal die ons niet meer zo aanspreekt als iets wat ons nieuw in de oren klinkt. Bovendien eerder moeilijke dan toegankelijke taal. Gods woord, ja het zal wel.
En dan gaan we op zoek. We zoeken wat ons een kick geeft. We zoeken wat ons WEL weet te boeien, ons WEL aanspreekt. We zoeken en zoeken. Maar vinden we ook?
Paulus leeft ook in een wereld vol zoekers. De een zoekt het in mysterieus getinte godsdiensten, de ander bij filosofen, een derde in de wondere wereld van magische krachten. Het New Age-gevoel, bezig zijn met het occulte, het zoeken in de filosofie, het lijkt modern, maar het was er toen, tweeduizend jaar geleden ook allemaal al. Ook Paulus leeft in een samenleving met allerlei denkwijzen en stromingen. Trouwens Paulus zelf heeft ook een periode doorgemaakt waarin hem wat hem van huis uit was meegegeven niet meer zo aansprak.
Is alleen wat nieuw is goed, ja zelfs kwalitatief beter? Geniet alleen het nieuwste van het nieuwste gezag onder ons en is al het andere per definitie achterhaald? Omdat wij wat zijn uitgekeken op shoppen en alleen maar materie, zijn wij op zoek naar een spirituele kick. We zoeken en zoeken. Maar vinden we het ook buiten die aloude bijbelse woorden? Juist daar klinkt toch iets door wat met gezag tot ons spreekt, ons ondanks alles dieper raakt dan al dat andere. We zijn uiteindelijk op zoek naar wat ons rust, vrede schenkt. Onrust is er al meer dan genoeg in de wereld. We willen tot rust komen, dus komen we toch weer, na een hele omweg, uit bij God en daarmee bij die aloude woorden, omdat die aloude woorden bij nader inzicht toch niet zo gek blijken te zijn, bij nader inzicht heel wat meer te bieden hebben dan de wijsheid van filosofen en andere wijsheidsleraren.
Veel van Paulus' gemeenteleden zijn ook bezig met een spirituele zoektocht. Maar juist omdat Paulus ziet dat dat hun wezenlijk niet verder brengt, raadt hij hun aan het te zoeken bij wat God te zeggen heeft over ons leven. Terug naar de bron. Terug naar de grazige weiden. Zoek het bij de enige goede Herder. Dwaalleraren, meesters die je niet wezenlijk verder helpen maar je eerder op een dwaalspoor brengen waardoor je alleen maar tijd verliest, zijn er genoeg. Je bent zo afgeleid; dat is niet zo moeilijk. Geconcentreerd bezig zijn met de dingen van God, dat is minder eenvoudig. Net als openstaan voor anderen die een beroep op je doen, je hulp nodig hebben. En toch gaat daar het ware, het eeuwige leven in schuil, in God kennen en mensen kennen, door voor hen open te staan, door Gods wil te doen.
Maar hoe voorkom je dan dat die aloude woorden je gaan vervelen? Door te vergelijken. Door het nieuwe dat je ontdekt hebt en gulzig tot je neemt te vergelijken met die aloude woorden en je af te vragen: wat heeft nu meer waarde, waar gaat nu meer wijsheid in schuil, wat spreekt mij wezenlijk meer aan?
Op zoek naar brood voor het hart, op zoek naar waarheid en wijsheid moet je je ook altijd kritisch afvragen of dat nieuwe wel zo nieuw IS, of het niet weliswaar met andere woorden al eens eerder gezegd is en dus in wezen niet meer is dan een variatie op één en hetzelfde thema, dus meer van hetzelfde, dus NIET spectaculair.
Ten derde moet je die aloude woorden niet steeds maar in dezelfde vertaling horen. Ze moeten fris voor je blijven, nieuw in je oren klinken, vertrouwd en nieuw, allebei tegelijk, vanwege het feest der herkenning en vanwege de verrassing die iets nieuws altijd weer biedt, om uiteindelijk, misschien wel na vele omwegen en dwaalwegen te ontdekken dat het uiteindelijk om het feest der herkenning gaat, net als bij muziek die je een diepe troost schenkt. Daarom is bezig zijn met de Schrift niet mogelijk zonder kerkmuziek en zonder te zingen.
Na allerlei boeken gelezen et hebben en allerlei meningen onderzocht te hebben grijp je toch weer terug op de Bijbel, omdat alleen daar de waarheid en het volle leven doorklinkt en het je in heel die zoektocht ten diepste om een waarheid gaat waarmee je kan leven. Wat oud, maar niet verouderd is kan je alleen met de nodige moeite herontdekken, valt je niet zomaar in de schoot. Wat aanspraak kan maken op de betiteling waarheid delf je niet zomaar op. Daar moet je moeite voor doen, veel moeite, want wat mooi is of wat goed is ontstaat niet op één dag, maar is het resultaat van een lange zoektocht, van veel inspanning, misschien wel van veertig jaar lang als het ware door een dorre woestijn trekken. De parel van grote waarde heb je niet zomaar in bezit. Onderweg zal je de nodige afleiding en tegenstand ervaren, te meer daar je niet met zaken bezig bent die 'in' zijn, te meer daar je afwijkend gedrag vertoont, anders denkt en anders leeft dan heel veel andere mensen.
Geheiligd worden in de waarheid, echt diep in kontakt treden met het heilige is ingespannen luisteren naar wat naar God klinkt, weten te onderscheiden waar het op aankomt en doelbewust bezig blijven, met volharding op je doel afgaan, omdat er geen ander, geen beter doel is. Vasthouden aan wat je is toevertrouwd, omdat er geen rijkere voedingsbodem is.
Pas na lang herkauwen dringt de volle rijkdom tot je door. Juist in de herhaling gaat het geheim schuil; pas dankzij de herhaling komt het tot diepgang, tot bloei, tot intens proeven. Pas dan ontdek je dat je met de waarheid van doen hebt, met iets dat echt waardevol is, voor heel het leven.
'Il faut cultiver son jardin' (Voltaire, Candide), want pas na jarenlange inspanning komt een tuin zo tot bloei als jij wilt. Alleen een leven dat in het teken staat van volharding draagt vrucht. Pas dan breekt de tijd van oogsten aan en van intens genieten. Genieten met      ja toch in feite God. Door het leven gaan met die geheimzinnige derde, God, om pas dan, net als de Emmaüsgangers, vol verbazing tot inzicht te komen en daarmee tot diepgang; net dat beetje meer dat een mens zo goed doet, net dat beetje meer dat een mens zo nodig heeft.
Het bijzondere, dat uiteindelijk de waarheid blijkt te zijn, het is er allemaal, in al z'n volheid, rond die Ene, unieke. Alleen je moet het zelf, vaak langzamerhand, ontdekken. Je moet het zelf een naam geven, een plaats geven in je leven. Dat lukt pas door dichtbij DE Naam te leven. Kies dan de goede plaatsen en geeft Uw hart aan God (gezang 482:8).
Lof zij U, Christus, in eeuwigheid. Amen.