1 september 2013

Alida Groeneveld

Gemeente van onze heer Jezus Christus,

Aan tafel gebeurt het – vaak. De goede gesprekken tot diep in de nacht, vriendschappen ontstaan aan tafel, of verdiepen zich. Ruzies, dat kan ook: weglopende mensen, omvallende stoelen. Ooit maakte ik mee dat aan een tafeltje verderop in een restaurant eerst met enige stemverheffing gesproken werd, toen stond er iemand op, schoof zijn stoel met veel misbaar naar achteren, en rende snel weg, het restaurant uit. Ook al heb je er niets mee van doen en weet je niet waar het over gaat daar, je kunt er niet omheen. Dat ging niet goed daar aan die tafel, zoveel was wel duidelijk.

Aan tafel deel je uit, van je overvloed, òf van het kleine beetje dat je hebt. De tafel als sacrament - in de kerk – staat voor het samen delen en vieren, samen gedenken van Jezus' leven, sterven en opstanding, samen uitkijken naar de komst van het koninkrijk van God. Er wordt nog al eens gegeten in de Bijbel, en telkens weer komen al deze facetten aan de orde.

Vandaag hoorden we uit het evangelie volgens Lucas dat Jezus op sabbat uitgenodigd is voor een maaltijd bij een vooraanstaande Farizeeër. Dat is dubbelop: de sabbat, de dag van ophouden, uitrusten, van ophouden weten – want je bent slaaf geweest en uit de slavernij ben je bevrijd èn de maaltijd met al die aspecten die erbij horen.

Op zijn reis naar Jeruzalem heeft Jezus de aandacht getrokken, hij wordt met argusogen gevolgd, ook vandaag. Waarom en door wie, het staat er niet – dat blijft gissen. Hoe het ook zij: als gast stelt hij kritische vragen, in de vorm van twee gelijkenissen. De eerste gelijkenis is gericht tot de gasten, de tweede gelijkenis betreft de gastheer.

De eerste gelijkenis heeft veel weg van een volkswijsheid. Wie zichzelf te hoog inschat, loopt het risico van vernedering. Wees slim en doe het niet. Het is beter dat je naar voren gehaald wordt, dan dat je van je plaats vooraan teruggewezen wordt. Maar er is meer dan deze volkswijsheid: het gaat een steek dieper in deze gelijkenis. Bij de maaltijd in het koninkrijk van God maakt God zelf de tafelschikking. Daar is het geen wedloop nodig om de beste plaatsen, maar God kijkt je aan, wie je bent, hoe je bent, God kijkt naar liefde, trouw, rechtvaardigheid. God beschouwt ons leven in zijn totaliteit tegen het licht van zijn koninkrijk. God schenkt aan alle tafelgasten de eer die hen toekomt, zelf deze eer claimen – omdat je denkt er recht op te hebben, omdat je meent dat het bij je positie hoort, bij je ambt misschien wel – leidt tot schande en vernedering. Geduld: laat liever anderen jou de eer toekennen. Denk niet van jezelf dat je belangrijk bent. Haantje de voorste zijn, zelf nemen, doe 't niet! Laat het maar aan God over, vertrouw op God.

Met de thematiek die Jezus in de tweede gelijkenis aan de orde stelt, maak je geen vrienden, zeker niet als je dit als gast doet. Als je de maaltijd ziet als een barometer van sociale relaties, kun je ook dit zeggen: 'zeg me met wie je eet, en ik zal zeggen wie je bent'. We zijn gewend aan de ethiek van de wederkerigheid: ik vraag jou, en jij vraagt mij terug. De teleurstelling is groot als je wederkerigheid verwacht en het gebeurt niet.

Jezus geeft het geheel nog een andere draai: Jezus roept de gastheer op om juist díe groepen uit te nodigen die er niet zijn, die afwezig zijn: de vreemdeling, de wees, de weduwe, de armen, de kreupelen, de verlamden, de blinden. Dat gaat tegen de gebruikelijke orde in: de orde van je familie, je bezit, je eigen – vermeende - gewichtige positie, je eigen belangen, enzovoort, enzovoort. Het is pas echte gastvrijheid, als we daadwerkelijk plaats maken voor wie een plaats ontbreekt, voor wie wij een plaats ontzeggen

Gastvrijheid wordt nogal eens vertaald met verwennerij, je gasten in de watten leggen. Soms met een overdaad waar je ongemakkelijk of zelfs onpasselijk wordt! Dat is – opnieuw – relatief gemakkelijk: je blijft ermee onder gelijkgestemden.

Juist aan de maaltijd, aan tafel, wordt door Jezus onze solidariteit gevraagd, solidaire rechtvaardigen die samen met wie niet in tel zijn de maaltijd houden, de maaltijd in het koninkrijk van God. Dat is het koninkrijk van God in de praktijk, hier en nu al.

Er is wel iets aan de hand met de groepen die Jezus opnoemt: zij mogen niet in de tempel komen en ook geen priester worden. Uitgesloten zijn ze van de dienst aan God in deze specifieke setting van de tempel. Juist daarom zijn ze het waard om uit te nodigen aan de tafel.

'u zult ervoor beloond worden bij de opstanding van de rechtvaardigen' (Lucas 14:14b) De komst van het koningschap van God zet alle verhoudingen op z'n kop, dán wordt alles omgekeerd, ten goede. Dat is toekomstmuziek, waarvan God de partituur heeft. Maar onze keuze om deze toekomst mee te realiseren kan nu al gemaakt worden, in een persoonlijke keuze van toewijding en overgave, dienstbaar zijn, en werkelijk gastvrij zijn. In de hoop dat God zich in ons handelen kan herkennen.

In de eerste lezing, uit de Tora, valt de toewijding van Mozes op. Het zijn de laatste woorden van Mozes. Hij blijft aan deze zijde van de rivier, het volk Israel gaat de grens naar het land van belofte wél over. Mozes blijft tot het uiterste trouw aan zijn opdracht het volk te leiden, ondanks het feit dat hij niet meegaat. Hij zegt nog een keer wat nodig is om in het land van belofte, het land aan de overkant, goed te wonen en lang te leven. Ontneem de weduwe niet haar overkleed, dat is haar deken 's nachts. De vergeten schoven, olijven en druiven laat het, het komt de vreemdeling, weduwe en wees toe. Niet omdat we er toch niets mee doen, maar omdat het hen toekomt, hun rechten mogen niet geschonden worden.

Nog scherper zegt Mozes het waarom je dat moet doen: je bent zelf slaaf geweest, je bent zelf afhankelijk geweest van anderen op vergelijkbare manier, en je bent uit de slavernij bevrijd, door God zelf. Deel van je bevrijding met anderen. Vergeet niet hoe is om aan de onderkant te leven, ooit leefde je daar zelf...

Mozes vertelt het mogelijk aan volksgenoten die Egypte aan den lijve ervaren, - al zijn dat er waarschijnlijk niet veel meer, maar meer nog prent hij het in in het collectieve geheugen van zijn hoorders. Jij ook bent slaaf geweest, jij ook bent bevrijd, en dus...

Gedenk je eigen geschiedenis en zet dat om in daden, in woorden, en aan je tafel.'Gelukkig al wie zal deelnemen aan de maaltijd in het koninkrijk van God!' roept één van de omstanders uit na de twee gelijkenissen van Jezus.Met al die gasten aan tafel, met wie meestal niet gezien wordt en overgeslagen, dan zul je het geluk vinden èn zijn we gezegende mensen.

Zo zijn we gezegend en anderen tot zegen, op weg naar de maaltijd in het koninkrijk van God.

Amen