7 januari 2018

Gemeente van Jezus Christus, Lieve mensen,
De kerstboom staat er nog hier in de kerk.
Want eigenlijk is de kerstperiode nog niet helemaal afgesloten.
Pas vandaag, bij het arriveren van de drie magiers,
de drie sterrekijkers uit het oosten,
komen we voor het laatst bij de stal.

Traditiegetrouw wordt dit verhaal
gelezen in de eerste week van ons nieuwe jaar.
En zo valt de reis van deze magiers
altijd een beetje samen met onze reis,
op de drempel van dat nieuwe jaar.
Het jaar dat voor ons ligt. Open en nog onbeschreven.

Het is niet zo gek dat de kerst voor ons
na oud-en nieuw wat uit beeld raakt.
In onze hoofden en harten proberen we het oude jaar
af te sluiten en langzaam het nieuwe jaar in te kijken.
Aarzelend of juist vol verwachting voor wat er gaat komen.
De kerstbomen hangen tegen de tijd van de jaarwisseling
ook al een beetje slap.
We halen de spullen er uit,
bergen de kerstversiering op,
en beginnen aan het nieuwe jaar.

Ook zij, de sterrekijkers, de magiers,
probeerden vooruit te kijken, de toekomst in.
Ze hielden de lucht in de gaten,
spoorden op tekenen en sterrestanden,
en op een dag zagen ze een ster die zo bijzonder was,
dat het voor hen
een teken vormde om op reis te gaan.
Een ster als een belofte.
Belofte voor een nieuw tijdperk, voor een nieuwe koning,
voor een verandering.

Bij hun reis trekken ze als eerste naar de grote stad, naar Jeruzalem.
Want als er nieuwe dingen gebeuren, en nieuwe tijdperken aantreden,
nieuwe koningen geboren worden, verwachten we
dat in eerste instantie toch een beetje in de grote
en wervelende steden.

Dus, in Jeruzalem zoeken de magiers als eerst,
aan het hof van Herodes.
Maar de magiers zoeken verkeerd.
Niet in de grote stad, maar in een kleine stal
ergens in een kleine stad met de naam Betlehem
moeten ze zijn.

En op dat moment van het verhaal
worden wij eraan herinnerd dat het eigenlijk telkens gebeurt
in het evangelie.
Dat het verhaal vertelt over geloven in een God
die oog heeft voor het kleine.

Was Jezus vandaag geboren geworden in deze tijd,
het had waarschijnlijk niet eens de achterkant
van het weespernieuws gehaald.
Want wat stelt het verhaal nou eigenlijk voor?

Een tienermoeder die ergens achteraf bevalt,
een kind die een voederbak voor dieren
als zijn eerste plek op deze wereld heeft,
een handjevol herders,
dat waren de mensen in de marge
van die tijd.

Het hele kerstverhaal, tot en met vandaag,
tot en met dit laatste bezoek, van de magiers die niet
in de grote stad moeten zoeken,
vertelt daarover: dat het grootse schuilt in de kleine dingen.
In kleine grootse mensen.

Rondom kerst is daar misschien wel een extra gevoeligheid voor:
we hebben extra aandacht voor kleine grootse mensen
voor gewone mensen die zich inzetten voor elkaar,
we geven misschien iets extra voor in de collecte,
we luisteren naar serious request,
we hebben aandacht voor mensen in de marge,
de mensen die vergeten
worden. Mensen die op straat leven.

Maar misschien kunnen we, als we straks
na vandaag
echt afscheid moeten nemen van de kerstboom,
van de magiers,
van de kerststal,
als we straks echt 2018 betreden
en stappen maken het jaar in,
misschien kunnen we Jezus in die kribbe,
in die voederbak voor dieren, nog even
in onze vensterbank
laten staan als een herinnering.

Als een herinnering aan wat we mochten beleven
in deze afgelopen dagen:
dat er een werkelijkheid is, die wij God noemen,
die aandacht heeft voor het kleine.
Voor het grootse in dat kleine.

Misschien helpt ons dat ook wel om zo naar 2018
te kijken.
Misschien helpt het ons om onze voornemens voor dit nieuwe jaar
vorm te geven.
Van gedachten over wat het nieuwe jaar zou moeten zijn,
of wie wij zouden moeten zijn, gezonder of beter of anders,
terug naar de essentie, terug naar het evangelie ook.

De magiers volgden een ster
en het bracht hen terug naar de essentie:
Dat de grootsheid van het leven
niet in het grote veraf ligt,
maar dichtbij, veel dichterbij,
dan wij denken.

Kunnen wij díe essentie
mee nemen 2018 in?
Misschien zelfs geinspireerd zelf oog
te blijven houden voor het kleine?

Zodat wij zelf beter tot ons recht kunnen komen. Ieder groots in onze
eigen menselijkheid.
Zodat andere mensen beter tot hun recht kunnen komen?
Omdat we opeens zien hoe bijzonder onze 'gewone' medemensen zijn,
onze familie, onze buren?
Zodat we oog blijven houden voor mensen die verdrukt en vergeten raken in de snelheid en de hardheid van de grote wereld.

Zodat het licht van kerst blijvend kan doorbreken
in onze eigen kleine grootse acties.

Laten we die mensen zijn,
die dat licht blijven volgen.