15 juli 2018

Gemeente van Jezus,

Afgelopen week ging ik met een vriendin wandelen. Natuurlijk ging ik goed voorbereid op weg. Ik had mijn wandelschoenen aan, genoeg water en eten in mijn rugzak, geld in mijn portemonnee en ov-chipkaart op zak. Natuurlijk ook een opgeladen mobiel mee om foto's mee te maken en bereikbaar te zijn. Wat natuurlijk ook gebeurde, want stonden we ergens midden in een bos, kilometers van de dichtstbijzijnde bus vandaan, werd ik gebeld dat een van de kinderen niet lekker was. Goed voorbereid en sterk verbonden met het thuisfront, zo was ik op weg deze week. Heel veilig allemaal.

In dit geval kon dat, maar op onze weg door het leven gaat dat niet altijd. Er zijn van die situaties waar je jezelf niet op voor kan bereiden. Een plotselinge verandering op je werk of in je gezinssituatie, een ziekte die je leven overhoop gooit of noem maar op. Je moet dan vertrouwen op de bagage die je al in je levensrugzak hebt. De vaardigheden die je in de loop van de tijd geleerd hebt of de kennis die je hebt opgedaan.
In andere gevallen sta je aan de andere kant van de lijn. We hebben vandaag de overvliegdienst. Het is een hele stap als kinderen van de basisschool naar de middelbare school gaan. Je probeert je ze er zo goed mogelijk op voor te bereiden, maar je weet nooit precies hoe het zal lopen. Gaan ze hun draai vinden in een nieuwe groep? Redden ze het met al het huiswerk? Je hoopt als ouder dat je ze voldoende vertrouwen in zichzelf en vaardigheden hebt meegegeven om de situatie aan te kunnen, ongeacht wat er gebeurt.
Zo zijn er meer van die momenten waarop je aan de zijlijn staat en iemand die je lief en vertrouwd is ziet worstelen. Je zou graag willen helpen, misschien de problemen voor hen willen oplossen, maar ze moeten het zelf doen.

Jezus lijkt er in ons Bijbelgedeelte bewust voor te kiezen om aan de zijlijn te gaan staan. Hij doet mij een beetje denken aan een ouderwetse badmeester die zijn leerlingen nogal hardhandig in het diepe gooit en dan ziet of ze zichzelf redden. Zo'n badmeester stond nog net met een haak klaar om je uit het water te plukken als het echt niet ging, maar meer veiligheid dan dat was er ook niet.
Jezus doet min of meer hetzelfde. Nadat hij in zijn eigen stad, Nazareth, is afgewezen zoals we vorige week hebben gehoord, gaat Jezus gewoon verder met waar hij gebleven was. Hij trekt rond en onderwijst de mensen.
Je kan je voorstellen dat het vertrouwen van zijn discipelen wel een deuk heeft opgelopen. Wat doet het met je als de familie en vrienden van de man die je volgt niet naar hem willen luisteren? Je zou verwachten dat Jezus er van alles aan doet om hun geloof weer te versterken. Een beetje aan het vertrouwen bouwen, teambuilding of zoiets.
Maar niets van dat alles. Hij roept ze bij zich en zegt: nu is het aan jullie om net als ik rond te trekken en de goede boodschap te verkondigen. 'Plons in het diepe'. Ze mogen zich er niet eens goed op voorbereiden, maar ze moeten onmiddellijk gaan. Geen geld mee, geen extra kleren, geen brood mee, kortom totaal afhankelijk van anderen voor onderdak en voedsel.

Zo kwetsbaar was Jezus natuurlijk ook, maar daar koos hij zelf voor. Je krijgt niet de indruk dat zijn leerlingen veel keuze hebben in dit geval. Het is nogal een uitdaging waar hij hen hier voor stelt. Kwetsbaar op weg gaan, met een boodschap waarvan ze gezien hebben dat mensen er negatief op kunnen reageren. Dat terwijl ze nog niet eens zo lang Jezus volgen. Ze hebben hem gehoord en hebben zijn wonderen gezien, maar uit het evangelie blijkt dat ze nog lang niet alles snappen. Ze moeten op pad zonder dat ze hun theologische opleiding hebben afgerond zou je kunnen zeggen.

Lijkt Jezus hier nu op zo'n meedogenloze badmeester of op een zorgzame ouder die zijn kinderen los laat als dat kan? Misschien wel een beetje van beiden. Bijbelteksten als deze laten zien dat Jezus niet alleen maar lief en aardig was. Waar nodig kan Jezus hard en scherp zijn. Misschien is dat hier ook nodig. Ergens is het wel herkenbaar dat we soms gedwongen moeten worden om iets te doen of te durven waar we eigenlijk de moed niet voor hebben. Om vervolgens tot de ontdekking te komen dat we het best wel kunnen of het helemaal zo eng niet is. Als Jezus zijn leerlingen alleen maar dicht bij zich had gehouden, dan waren ze niet voorbereid geweest op de tijd na zijn dood en opstanding.

Tegelijk is Jezus hierin niet meedogenloos. Het is niet zo dat hij ze met helemaal lege handen op pad stuurt.
Om te beginnen staat er dat hij ze twee aan twee wegstuurt. Ze hoeven het niet alleen te doen. In die tijd gold bij een rechtszaak het getuigenis van twee mensen als betrouwbaar. Hier worden dus twee getuigen er samen op uitgestuurd om te vertellen over Jezus. Als betrouwbare getuigen, met ieder hun eigen verhaal. Met zijn tweeën sta je sterker. Je kan elkaar overeind helpen, steunen en door moeilijke momenten heen helpen.
Er staat dat hij ze de macht geeft over onreine geesten. En verderop staat dat ze veel demonen hebben uitgedreven. Je zou kunnen vertalen dat de leerlingen de macht krijgen over alles wat voor mensen het leven onmogelijk kan maken doordat het ze beheert en compleet in hun macht heeft. Jezus deelt zijn bevrijdende macht met zijn leerlingen die hij er op uitstuurt. Ze gaan dus niet helemaal 'ongewapend'.
Ze mogen sandalen aan hun voeten dragen. Geen luxe schoenen, maar er wel enige bescherming tegen de hardheid en de ontberingen van de weg. En ze mogen een staf mee hebben. Dat liep lekker en het was tegelijk een wapen tegen wilde beesten. Daarnaast doet die staf denken aan Psalm 23 waar gesproken wordt over Gods staf die mensen troost biedt. Jezus laat ze niet helemaal aan hun lot over, maar vraagt ze om te vertrouwen op de goede zorgen van God zijn Vader. Op zijn leiding onderweg.
Ten slotte hoeven ze niet zomaar alles te accepteren. Als ze ergens niet welkom zijn hoeven ze daar niet te blijven tot hun boodschap toch landt. Nee, ze mogen verder trekken en die plaats, die mensen aan de zorgen van God over te laten. Ze zijn niet verantwoordelijk voor de redding van de hele wereld en ieder persoon.

Een uitdaging? Ja. Een onmogelijke opdracht? Nee. Jezus vraagt zijn leerlingen om vertrouwen te hebben in wat ze tot nu toe van zijn boodschap begrepen hebben. Hij vraagt ze om vertrouwen te hebben in de goede zorgen van God. Dat ze de juiste mensen zullen ontmoeten, dat ze zullen weten wat te zeggen en wat te doen. Jezus vraag zijn leerlingen er op te vertrouwen dat het verspreiden van de goede boodschap uiteindelijk geen mensenwerk is. Het is Gods eigen werk en verantwoordelijkheid, waarvoor hij het werk van mensen gebruikt.
Maar boven alles laat Jezus merken dat hij vertrouwen heeft in de mensen die zo dicht bij hen staat. Als een ouder legt hij zijn handen op hun schouder en zegt: ga maar, je kan het, en als het niet lukt ben ik er om op terug te vallen.
Het is dat vertrouwen wat de discipelen vleugels lijkt te geven. Net als Jezus worden deze hele gewone mensen tot bevlogen predikers. Ze kunnen hun woorden met daden kracht bij zetten. Waar zij ook gaan veranderen zij, net als Jezus, het leven van mensen.

Mijn vriendin en ik hadden een geweldige wandeling. We waren in elkaars gezelschap, samen wisten we de weg te vinden zonder al te veel te verdwalen. Met elkaar was de reis aangenaam en een mooie ervaring.
We hebben het niet gelezen, maar een paar verzen verder in het evangelie komen de 12 leerlingen enthousiast terug. Ze vertellen over alles wat ze gedaan hadden en hoe hun woorden mensen raakten. Ze zijn van leerlingen veranderd in apostelen, in het Grieks letterlijk weg-gezondenen. Ze hebben geleerd onderweg. Ze hebben ervaren dat ze voldoende in hun bagage hadden om hun opdracht uit te voeren, Jezus vertrouwen bleek terecht.
Dat ze vervolgens weer niets van Jezus' doen en laten snappen en door Jezus zelf uitgemaakt worden voor ongelovigen, maakt hen alleen maar menselijk. Bij de apostelen wisselden momenten van geloof en ongeloof elkaar af, zoals het dat bij ons ook doet. Toch waren deze twijfelende en kwetsbare mensen goed genoeg om zijn boodschap, zijn levenswerk aan toe te vertrouwen.

Uit dit verhaal en de terugkomst van de leerlingen straalt een aanstekelijk enthousiasme. Als we het hebben over Jezus volgen en de missionaire kerk, dan voelt het vaak wat zwaar. We kunnen er tegenop zien en denken: 'dat kan ik niet. Ik kan niet goed onder woorden brengen wat ik geloof. Ik heb zelf nog zoveel twijfels, waarom zal ik een ander daar mee belasten? Ik houd niet van zieltjes winnen, mensen moeten toch zelf kiezen.' Allemaal legitieme bezwaren, maar ze kunnen ons zo verlammen dat ze ons al het enthousiasme ontnemen.
Er zijn namelijk genoeg redenen om het niet bij voorbaat op te geven. Als iets voor ons belangrijk is, dan mogen we er toch wel over vertellen? Anderen kiezen zelf wat ze met die informatie doen. Maar als wij al niet vertellen wat het geloof voor ons betekent, waar kunnen mensen dan kennismaken met de liefde van God en Jezus? Dit hoeven we niet alleen te doen, we hebben elkaar. En zoals de ouders zojuist hun hand op de schouder van hun kind legden, zo heeft Jezus zijn hand op onze schouder liggen. Als steun in de rug. Als teken van het vertrouwen dat hij in ons heeft.

Zo stuurt Jezus ons op pad om van leerlingen te veranderen in apostelen. En ja, dat is soms kwetsbaar. We zullen soms teleurgesteld worden of aangevallen worden op onze overtuigingen. We zullen soms moeten toegeven dat we de antwoorden niet hebben. Of we worden geconfronteerd met onze eigen twijfels en onzekerheden.

Ondanks dat kan het veel vreugde opleveren om in geloof op weg te durven gaan.
Omdat we met elkaar op weg zijn,
omdat we het niet perfect hoeven te doen maar gewoon onszelf mogen zijn,
Omdat we weten dat Jezus alle vertrouwen in ons heeft en we op Gods steun mogen
rekenen
omdat er onderweg bijzondere ontmoetingen zijn die de reis de moeite waard maken,
omdat we juist in alle kwetsbaarheid en eerlijkheid heel veel kunnen betekenen voor de
wereld

Amen