30 september 2018

Gemeente van Jezus,

Als ik vandaag een preek zou houden in de stijl waarin Marcus dit stukje van zijn evangelie heeft geschreven, dan hadden jullie gezegd: Het is goed en aardig, maar vandaag was Berit duidelijk de draad van haar verhaal kwijt. Niet te volgen.
Zo is het einde van Marcus 9 een bij elkaar geraapt zooitje. Het begint met een afleidingsmanoeuvre van Johannes. Jezus heeft de discipelen net terecht gewezen omdat ze aan het discussiëren waren wie de belangrijkste was. Als antwoord op die vraag neemt Jezus een kind en zet dat in hun midden. Hij zegt: de kleinste onder jullie is de belangrijkste. Het gaat erom de ander te dienen.

Alsof die waarheid voor Johannes te pijnlijk is stapt hij op een compleet ander onderwerp over. Hij wijst Jezus op iemand die niet tot de kring van de discipelen hoort, maar wel in Jezus' naam wonderen doet. De leerlingen vinden dat dit niet kan. 'Kijk eens wat hij doet' hoor je Johannes bijna zeggen. Jezus is verbazingwekkend ruimhartig. 'Wie niet tegen ons is, is voor ons' zo zegt hij. En: 'Iemand die in mijn naam een wonder doet, en kennelijk daarin slaagt, kan niet het volgende moment mij het kwade toewensen.'
Maar vervolgens komt Jezus weer terug op de kleinen, waar hij het eerder al over had. Het gaat volgens hem niet om het sensationele, maar om de gewone dingen. Om een beker water, om een woord dat goed doet, om de kleine dingen die in hele gewone levens verschil uitmaken. Dat zijn de dingen die de liefde van God zichtbaar en tastbaar maken.

Dan volgt een stuk wat zeer heftig is en waar we het moeilijk mee kunnen hebben zo bleek in de preekvoorbereiding waarin we deze tekst gelezen hebben. Het gaat over met een molensteen de zee in worden geworpen. Over een hand of een voet afhakken of een oog uitrukken. Heftige teksten waarvan we ons bijna niet kunnen voorstellen dat Jezus dit echt voorstelt.
Bij dit soort teksten loont het altijd de moeite om zorgvuldig te lezen. Als je snel leest, zou je denken dat God het is die dit vonnis zal voltrekken bij iedereen die fouten maakt. Of je kan denken dat het bedoeld is om letterlijk uit te voeren. Of je denkt dat hier iets gezegd wordt over het leven na dit leven en het oordeel of je in de hemel komt of de hel.
Maar nergens gaat het hier over God die een vonnis voltrekt. Niet nu en niet in het leven na dit leven. Nergens staat dat het bedoeld is om letterlijk uit te voeren. Zoals het kind symbool staat voor de onschuld en voor een open houding, zo zijn de hand, de voet en het oog een symbool voor keuzes die een mens moet maken in het leven en de verleidingen en ingewikkelde zaken die men daarbij kan tegenkomen. Het is een tekst die gebruikt maakt van beeldspraak en die bedoeld is om mensen wakker te schudden.
Het is een gedeelte waarin Jezus zijn volgelingen wil aanmoedigen om niet zomaar genoegen te nemen met het kwaad in hun leven. Om zich niet daaraan over te geven met de gedachte: ach ja, het is niet anders, iedereen maakt fouten en we proberen het allemaal zo goed. Dat moet maar voldoende zijn.

Volgens Jezus is dat een laffe of flauwe levenshouding. Een levenshouding die niets bijdraagt aan het realiseren van die droom van God. Die droom, ook wel het koninkrijk van God genoemd, waarin voor iedereen een plaats is en iedereen meetelt. Jezus hoopt dat een ieder die hem volgt opstaat tegen onrecht. Het onrecht dat het leven van mensen kan beheersen ook vandaag de dag nog. Dat is iets om je kwaad over te maken en tegen in opstand te komen. Jezus hoopt dat zijn leerlingen de strijd aangaan met de minder fraaie kanten in zichzelf.
Dat verlangen drukt Jezus uit in het gebruik van het beeld van zout en van vuur. 'Zout is goed' zo zegt hij. In het experiment met de kinderen konden we zien hoe krachtig zout is. 'Maar als het zout zijn smaak verliest, waarmee kan je het dan weer op smaak brengen?' zo vraagt Jezus zich af.
Wij kunnen ons daar niets bij voorstellen, omdat ons zout zo zuiver is dat het zijn smaak behoudt. Maar in Jezus tijd werd een ander soort zout gebruik met allerlei andere mineralen er in. Dat zout kon wel degelijk zijn kracht verliezen en het was dan gelijk waardeloos.
De Thora, de leefregels van God werden wel eens vergeleken met zout. De woorden van Jezus zijn ook wel vergeleken met zout. Die moeten hun kracht behouden en mensen inspireren. Maar Jezus' woorden kunnen hun kracht verliezen in je leven. Als mens kan je het vuur kwijtraken. Het vuur dat je inspireert om op te staan tegen onrecht en je motiveert om dingen te veranderen, in de wereld in jezelf.
De afsluitende zin zegt eigenlijk alles: 'Zorg dat jullie het zout in jezelf niet verliezen en bewaar onder elkaar de vrede'.

Het zout in jezelf behouden, het vuur in je leven laten branden. We kunnen ons voorstellen dat je als mens iets gaat uitstralen als dat lukt. Dat andere mensen dan iets aan je opvalt en dat ze nieuwsgierig maakt naar waarom jij de dingen doet zoals je ze doet.
Maar dat is niet altijd makkelijk. Hoe doe je dat nu? Met die vraag komt Romeinen 12 in beeld. Daarin heeft Paulus het met zijn gemeente over een inspirerende levenshouding. De aanwijzingen die hij geeft lijken op een waardevolle ketting die hij rijgt met parels voor het leven. Omdat ik geen parels had, maar wel kralen wordt het een kralenketting.

1. De eerste parel is die van oprechte liefde. Niet zomaar liefde, maar oprechte liefde. Dat is een liefde die ons door de Geest geschonken wordt. Eigenlijk betekent die eerste parel dat Gods liefde, onze liefde moet worden. Die taal moeten wij gaan spreken. Die liefde moet ons leven en ons handelen gaan bepalen.
2. Gehecht zijn aan het goede. Tegen het slechte en boze zijn en voor het goede. Je daarvoor inzetten. Want daarin wordt liefde zichtbaar. Kan soms ook knap ingewikkeld zijn, want vaak is de wereld niet zwart-wit.
3. Broeder en zusterliefde. Dat is hoe wij als christenen in de gemeenschap horen samen te leven. Dat betekent de ander hoog houden zoals er in de vertaling staat, of zoals een andere vertaling zegt: probeer elkaar in beleefdheid te overtreffen. Gericht zijn op het welzijn van de ander. Vooral van diegene die niet gezien wordt, wiens eer in de maatschappij niet telt.
4. Inzet/enthousiasme. Enthousiasme werkt aanstekelijk. Vurig van Geest zijn en vol inzet de Heer dienen. Ieder op zijn eigen manier, zou bouwen wij met elkaar aan Gods droom
5. Hoop: die mag vreugde geven. Hoop voor je eigen leven, voor de wereld. De hoop dat het verdriet en de ellende in de wereld niet het laatste woord heeft. Dat God zijn koninkrijk van vrede zal brengen.
6. Standvastigheid Doorzettingsvermogen, ook als het moeilijk wordt. Laat je niet zomaar van de wijs brengen, maar houd vast aan geloof en bijv. kerkgang. Denk in de dalen bijv. aan de piekmomenten van je geloof.
7. Gebed. Sluit nauw aan op vorige parel. Gebed is de motor van je geloofsleven. God in vertrouwen nemen, je leven in zijn hand leggen. Dan hoeft niet altijd een uitgebreid gebed zijn, maar kan ook tussendoor. Zoek naar manieren om in contact te komen met God en neem de tijd om naar hem te luisteren. Moeilijk, maar juist ook heilzaam in onze vaak drukke levens. Gebed voor anderen, voorbede. Daarin blijkt weer de liefde voor de ander. Voor de ander bij God pleiten, zoals Jezus voor ons doet.
8. Hulp bieden of gastvrijheid Bid en werk zei Augstinus en zo dacht Paulus er ook al over. In praktische zin omzien naar de noden van anderen. Dat geldt zowel voor mensen binnen als buiten de kerk. Er is daar geen verschil tussen.
9. Zegen vervolgers is provocatief en tegelijk ontzettend moeilijk. Betekent het doorbreken van de spiraal van geweld. Het niet gehoor geven aan de roep om wraak. Het is een totaal andere taal spreken dan de taal die de wereld spreekt. Alleen mogelijk in voetsporen van Jezus die aan kruis voor zijn vervolgers bidt. Is een kraal die pijn doet en prikt, die we niet altijd aan onze ketting willen hebben, maar waarmee we wel een verschil maken in wereld
10. Meeleven
11. Eensgezindheid
12. Bescheidenheid
13. Altijd bereid om te leren
14. Leef in vrede, mooi is toevoeging, voor zover het in uw macht ligt. Paulus weet dat je van zoveel meer afhankelijk bent, maar hij zegt: aan jou moet het niet liggen.
15. Het kwade overwinnen door het goede

Deze ketting herinnert ons er aan waar het leven als christen voor staat. Al die verschillende parels glanzen van de liefde, dat is wat hen bindt. Niet zomaar een liefde, maar Gods liefde. Die liefde is zichtbaar geworden in Jezus. Al die verschillende parels willen ons eraan herinneren hoe groot, diep en verstrekkend de liefde van God voor ons mensen is.
Het zijn allemaal zaken die ons kunnen helpen om het zout in ons leven te behouden. We hoeven ze niet allemaal tegelijkertijd te laten glanzen en niet alle parels passen evengoed bij ons. Maar met elkaar als kerk kunnen we deze ketting laten glanzen.
We mogen daarbij op God vertrouwen. Wij kunnen liefhebben, omdat God ons heeft liefgehad. Wij kunnen de ketting van geweld doorbreken, omdat God een God van vrede is. Door zijn Geest deelt God met ons zijn vermogen om lief te hebben, het goede te doen en in vrede met de mensen om ons heen te leven.

Zo klinken Jezus woorden ook voor ons vandaag: 'Zorg dat jullie het zout in jezelf niet verliezen en bewaar onder elkaar de vrede'. Niet om op die manier op grootse en meeslepende manier aan de wereld te laten zien dat wij er als gelovigen zijn. Nee, maar juist om in de kleine, gewone dingen verschil te maken voor deze wereld, juist voor de kwetsbare mensen in deze wereld die door niemand gezien en gehoord worden. Als ons dat lukt bouwen wij in het hier en nu mee aan dat koninkrijk, aan die droom van God.

Amen