28 oktober 2018

Gemeente van Jezus Christus,

Deze week ontketende een uitgelekte memo
van de Trump regering een golf van ontzetting binnen
de amerikaanse transgender gemeenschap.
De memo spreekt van plannen om
iemands sekse weer onveranderlijk en door
geboorte bepaald te laten zijn.
Latere wijzigingen in paspoort zijn daarmee
niet meer mogelijk.

Mocht deze uitgelekte memo kloppen,
dan betekent dat het einde van de individuele
vrijheid om te bepalen over eigen gender-identiteit.

Of deze dreiging ook werkelijkheid
wordt moet in amerika worden afgewacht.
Het voorstel, als deze ook officieel wordt ingediend,
zal eerst moeten worden goedgekeurd door het ministerie van justitie en
het congres.
Eerdere voorstellen van de regering Trump, zoals een
verbod op de vrijheid van transgenders om zelf te bepalen
welke publieke wc ze wensen te gebruiken
konden op deze manier, via legale weg, worden afgewend.
En ook de laatste uitspreek over de voorgestelde ban op transgenders in
het leger is nog niet gedaan.

Ik begin vandaag mijn preek met deze feiten,
niet om de wetsvoorstellen
tot in detail door te nemen,
maar om een vraag in het midden te leggen,
namelijk de vraag:
Wat doe je met de macht die je gegeven is?

Daarin vind ik de manier waarop
de rechten van de transgender gemeenschap
onder de voeten dreigen te lopen een schrijnend voorbeeld.
Het leven van deze mensen die
vaak sowieso al te maken hebben met de dagelijkse stijd
om te worden wie ze zijn en de erkenning daarin
wordt met deze voorstellen
nog ingewikkelder gemaakt.
Wat zegt dat over hoe macht gebruikt wordt?


Het is maar één voorbeeld.
Zijn er meer voorbeelden in de wereld te noemen? Ja.
En in ons land?
Worden ook in ons land mensen weggedrukt?
Of zonder pardon weggestuurd?
Komen ook in ons land dingen in de verdrukking?
Worden er mensen van het kastje naar de muur gestuurd?
Of van ziekenhuis naar ziekenhuis rondgereden?

Vandaag lazen we een verhaal over een blinde man.
Een bedelaar langs de weg.
Bartimeus heet hij.
Wanneer hij hoort dat Jezus in aantocht is,
begint hij te schreeuwen alsof zijn leven er van af hangt.
"Jezus, jezus, heb medelijden met mij."
Er zijn meerdere omstanders bij,
die hem de mond snoeren,
hem vertellen dat hij op moet houden,
met zo te schreeuwen.
Maar bartimeus,
is in nood,
en zijn nood is groter dan de opgelegde collectieve schaamte,
en hij zet het op een harder schreeuwen.
Jezus!
Rabboeni, mijn meester.
En wanneer Jezus hem hoort, laat hij hem bij zich komen,
maakt ruimte voor hem, zíet hem,
Bartimeus wordt gezien
en hij geneest.

Déze Jezus volgen, deze leermeester in het leven,
is geen walk-in-the-park.
Het is zien wat niet wil worden gezien.
Ruimte maken voor wat omstanders weg willen stoppen.

Dat betekent een verantwoordelijkheid
om te blijven letten op wat of wie er verdrukt raakt,
en dat aan het licht brengen.
Een verantwoordelijkheid
om op te komen voor wie niet gehoord worden.
om te kijken
wie wordt er gezien en wie niet
en wie wordt de mond gesnoerd.

Misschien hebben wij zelf wel eens in die positie gezeten.
Van weggedrukt worden.
Als vrouw heb ik een aantal ervaringen,
maar verder is mijn
geboren worden als blanke heteroseksuele
rijke westerling in deze een
vreemde toevalstreffer.
Dat betekent niet dat ik besef dat het net zo goed
anders had kunnen zijn.
Dat ik net zo goed die ander had kunnen zijn.
Dat ik die ander bén.
Het ontheft mij niet van de verantwoordelijkheid
om te blijven kijken
wie niet gezien wordt.
Of sterker nog, het ontheft mij niet van de verantwoordlijkheid
om te kijken in mijzelf
wat er wel en niet gezien wil worden.
Zijn er dingen in mijzelf die ik wegdruk, naar de marge van mijn
gedachten.

Ieder van ons heeft macht gekregen.
Ieder van ons heeft invloed.
Het is de macht van zien
of negeren.
De vraag is,
wat doe je met de macht die je gegeven is?

Zijn we bereid om te kijken naar alle kanten in onszelf?
Naar onze eigen verlangens, naar onze eigen gevoelens,
die we misschien veroordelen,
de mond snoeren,
verbannen naar het donker.
Terwijl die kanten gezien willen worden en gehoord?
Zodat we heel kunnen worden.

Willen we blijven kijken naar wie er binnen onze
kerk, onze gemeenschap, gehoord en gezien worden.
Zijn we bereid om te kijken naar wat en wie er niet gezien,
gehoord.
Zijn we bereid om te luisteren naar wat er niet wordt gezegd?
Zodat we een levende gemeenschap blijven.

Zijn we bereid om, tegen de stroom in,
tegen alle omstanders in,
ruimte te maken voor dat wat schreeuwt om aandacht.

Zijn wij bereid om te zien
dat het wegdrukken van alle diversiteit,
van de oneindige schakeringen aan huidskleuren,
seksuele orientaties, genders, en alles daartussenin,
de rijkheid van deze diversiteit
maar ook het wegdrukken van alles wat kwetsbaar is
in een land, in een kerk,
ja dat het wegdrukken van alle diversiteit
en complixiteit
aan gevoelens en
het wegduwen van de kwetsbaarheid
in onszélf,
ziek maakt?
Verdeeld maakt.
Dat het leven er uit gaat?

Kunnen wij het leven laten zijn,
in al zijn pluriformiteit en kwetsbaarheid.
Kunnen wij dat aan?
Zodat we als samenleving, als wereld,
als onszelf heel kunnen worden,
en genezen.

We leven in een wereld waarin de diversiteit op het spel staat.
Waarin degene die het al moeilijk hebben,
het nog moeilijker gaan krijgen.
Laten we daarom dat verhaal blijven lezen,
van een zekere Bartimeus,
een bedelaar,
een blinde,
een man in de marge,
die bleef roepen,
en gehoord werd,
ondanks alle onderdrukkende krachten,
ondanks alle omstanders,
en gezien werd door Jezus,
die mensen aan het licht brengt,
die dat wat dreigt te worden verpletterd
niet laat verdrukken.

Laten we dat verhaal blijven lezen,
keer op keer op keer,
zolang als dat nodig is,
in de dagen, in de jaren
die gaan komen,
totdat ook wij
dit verhaal zullen begrijpen.
En zullen weten wat het antwoord is op de vraag:
hoe gebruik je de macht die je gegeven is.
Amen