6 januari 2019

Gemeente van onze Heer, Jezus Christus, lieve mensen,

Ik kwam er pas deze week achter dat ik deze dienst en in de dienst van vorige week eenzelfde lied heb laten zingen. Vorige week eindigde ik mijn preek met deze woorden uit het lied van Huub Oosterhuis

Vanwaar zijt Gij gekomen
Wij wisten niets van U.
In onze stoutste dromen
Was God nooit hier en nu.
Een nieuwe God zijt Gij
Die onder ons wilt wonen
Zo ver weg, zo dichtbij.

Zojuist hebben we dit lied opnieuw gezongen, tussen de lezing en de preek in. Dat heb ik dus niet met opzet zo gedaan. Het geeft aan dat er een rode draad zit in de onderwerpen waar we ons in deze periode na kerst mee bezig houden. In de verhalen die klinken, in de liederen die we zingen proberen we het wonder van kerst te bevatten.
Het is de verwondering die in de woorden van Oosterhuis doorklinken. 'In onze stoutste dromen was God nooit hier en nu'. Een prachtige zin die het onbevattelijke van kerst vangt: God die ervoor kiest om mens te worden en onder ons te wonen. Dat is toch iets om over te blijven denken en te blijven praten?

Het tweede couplet van het lied doet denken aan die bol wol van het kindermoment. 'Gij zijt ons doorgegeven een naam, een oud verhaal, uw woorden uitgeschreven in elke mensentaal'. Door de verhalen die wij elkaar en de kinderen vertellen, door met elkaar te stoeien met die oude woorden, samen te zoeken naar de zin en betekenis ervan, geven wij God zelf door.
Het is als een draad die ons met elkaar verbindt. Het verbindt u, jou en mij niet alleen met de mensen met wie u hier vandaag in de kerk zit. Er lopen ook lijntjes naar de mensen die op afstand meeluisteren, naar de al die gelovigen die voor ons op de weg van het geloof gingen. Én er zijn draden die ons verbinden met de generaties die na ons komen.
Zo ontstaat er een heel netwerk, misschien wel eerder een spinnenweb, dat het geloof, het verhaal van God en Jezus draagt. Door te vertellen en met elkaar te delen. Wij houden God levend door onze twijfels en vragen bespreekbaar te maken, maar ook door te hebben over dat wat ons verwonderd, over de dingen waar we nauwelijks woorden voor hebben.

Dit lied kan ons helpen om enigszins wijs te worden uit die mooie, maar vooral ook gecompliceerde tekst uit de brief aan de gemeente in Efeze. Alleen al het feit dat de tekst eigenlijk maar uit 2 zinnen bestaat, de eerste zin beslaat de verzen 1 t/m 7, maakt het er niet makkelijker op.
Met het lied in ons achterhoofd lichtten er een aantal zaken voor ons op. Waar Huub Oosterhuis in zijn lied de verwondering over God bezingt en het heeft over het doorgeven van Gods naam en zijn verhaal, blijken dat onderwerpen te zijn waar Efeziërs 3 over gaat.

De schrijver heeft het over een geheim, een mysterie dat hem door God is toevertrouwd en dat hij door wil geven. Het is niet zomaar een geheim, maar het mysterie van Christus, waar hij kennis van heeft genomen. Even verderop heeft hij het over de ondoorgrondelijke rijkdom van Christus. Het zijn woorden waarmee deze schrijver probeert te vatten wat eigenlijk niet te zeggen valt, maar waardoor hij zo diep geraakt is.
Over dat mysterie valt van alles te zeggen, maar het accent dat hier gelegd wordt is de reikwijdte van Gods liefde. Jezus heeft laten zien dat er voor God geen scheidslijnen zijn. Het verschil tussen Jood en heiden speelt geen rol meer, de verschillen tussen slaaf en meester vallen weg en het maakt niet uit of je rijk of arm bent. Onder Gods heerschappij, zoals Jezus dat heeft laten zien, is iedereen gelijkwaardig. De schrijver maakt die gelijkwaardigheid concreter met een drietal begrippen paren:
1. iedereen is mede-erfgenaam en ontvangt even veel liefde van God,
2. iedereen is mede-lid van hetzelfde lichaam, niemand is meer waard dan de ander, er is alleen maar volledig lidmaatschap
3. iedereen is mede-deelgenoot aan de belofte. Gods belofte geldt voor iedereen en mag iedereen hoop en moed geven op de levensweg

Dat is een mysterie waar de schrijver danig van onder de indruk van is. Want de maatschappij waarin hij leefde bestond bij gratie van hokjes en scheidingslijnen die heilig waren. Dat maakte de wereld overzichtelijk en begrijpelijk. Dat bij God iedereen even veel waard zou zijn en niemand een streepje voor heeft, was een revolutionaire gedachte. Volgens mij is het dat al die eeuwen later nog steeds, want de hokjes zijn er nog steeds en nog steeds worden er muren opgetrokken tussen mensen en groepen mensen.

De reikwijdte van Gods liefde is en blijft een wereldvreemd mysterie waar we ons over kunnen blijven verwonderen. Ignatius van Antiochië voegt een halve eeuw nadat de brief aan de gemeente van Efeze is geschreven nog een vierde kenmerk toe. Dat is dat iedereen mede-ingewijde is in dit mysterie van Christus. Het geheim van Gods liefde is niet het alleenrecht van een specifieke groep, maar het is wel een geheim waar je over verteld moet worden. Het vraagt om een gemeenschap waarin met dat mysterie wordt omgegaan. Het vraagt om mensen die het naar hun tijd toe vertalen, die er mee stoeien en hun inzichten in dat mysterie delen met anderen.

Dat is het andere onderwerp dat oplicht in dit gedeelte van Efeziërs. De brief wordt toegeschreven aan Paulus, maar is waarschijnlijk door een van zijn leerlingen geschreven. Een van de centrale vragen is hoe het verhaal wordt doorgegeven nu de frontmannen, zoals Paulus en de andere apostelen, er niet meer zijn. Daarom gaat het over het ontvangen van inzicht in het geheim en het doorgeven van die inzichten aan anderen. Zoals Paulus door Gods Geest het evangelie en haar geheimen heeft leren kennen en weer doorgeeft, zo is de kerk diezelfde opdracht toevertrouwd.
Daar komt dat dradennetwerk waar ik het eerder over had in beeld. In dat netwerk wordt het geheim gedragen en doorgegeven. In de gemeenschap die wij kerk noemen, wordt de rijkgeschakeerde wijsheid of veel kleurige wijsheid van God bekend gemaakt
Het mooie van deze uitdrukking vind ik dat er ruimte in doorklinkt. God heeft niet één wijsheid die als een compacte geloofsinhoud doorgegeven moet worden. Nee, het is een veelkleurige wijsheid waar we iedere keer weer nieuwe dingen over kunnen leren. Steeds opnieuw vallen er nieuwe kleuren, nieuwe kanten te ontdekken aan God en hoe hij zich heeft laten kennen in Jezus.

Die veelkleurige wijsheid van God vraagt om een diverse gemeenschap. Juist in onze diversiteit en door onze diversiteit als kerkelijke gemeenschap kunnen wij het wonder van Gods liefde levend houden. We hebben elkaar nodig om niet als vanzelfsprekend aan te nemen dat wij alles wel weten. Juist de verschillen dagen ons uit om steeds met Gods wijsheid bezig te blijven en samen te ontdekken hoe veelkleurig die wel niet is.
Dat maakt de uitdaging er niet minder groot op. Het is soms best ingewikkeld om elkaar te begrijpen. Het is niet altijd makkelijk om ruimte te geven aan iedereen en toch samen op weg te zijn. Maar als het ons lukt, met vallen en opstaan, dan laten wij met elkaar aan de wereld om ons heen iets zien van die veelkleurige liefde en wijsheid van God die zo dichtbij is gekomen.

Amen

Predikanten

Like ons op Facebook