25 maart 2018

Gemeente van Jezus Christus,

Afgelopen week mochten we stemmen.
Altijd als ik in dat stemhokje sta, voel ik me zo trots.
Trots dat ik mag en kán stemmen,
in een land waarin we vrij zijn om te kiezen.

Na het stemmen wordt alles geteld.
De partijen staan zenuwachtig en na
de uitslag met ofwel met enige teleurstelling ofwel
met blijdschap
aan het begin van een nieuwe periode.

Want daarna begint het natuurlijk pas.
Als de stemhokjes weer zijn opgeruimd,
de ontvangen bossen bloemen in de vazen staan,
dan begint het echte werk van regeren.

En dat lijkt me nog niet makkelijk.
Je moet om de tafel met anderen, die
andere plannen hebben, je moet gaan kijken
welke beloftes je waar kunt maken en welke
niet.

En hoe gebruik je het vertrouwen en de verantwoordelijkheid
die je hebt gekregen?

De mensen die leefden in de tijd van Jezus,
hadden niet datzelfde vrije kiesrecht.
Het gebied viel onder
de bezetting van de romeinen.
Het romeinse rijk was zich enorm aan het uitbreiden.
Het zou uiteindelijk tot in de 2 eeuw zo groot worden
dat het zich van het huidige engeland
tot aan de perzische golf uitstrekte.

Israel was maar een klein landje in dat geheel,
maar de mensen waren niet blij met de bezetting,
en onder gelovige joden keek men uit naar
een messias, diegene waarvan gesproken werd
in de geschriften die ze kenden,
en die vrijheid zou brengen.

Het was een onrustige tijd
waarin mensen verlangden naar rust,
en naar duidelijkheid,
zoekend naar wat te geloven,
zoekend naar wat waar is en echt
en te vertrouwen.

Zoals elke tijd dat in de geschiedenis
op zijn eigen manier vraagt van ons als mensen
en zoals elke tijd ook zijn eigen onrust kent.

In die tijd leefde Jezus en vandaag
is het feest.

Vandaag komt Jezus aan bij Jeruzalem,
stad van beloftes,
stad van macht en majesteit,
stad van de toekomst.

En wanneer Jezus en zijn leerlingen Jeruzalem naderen
laat Jezus een veulen van een ezel halen
en haalt daarmee ook de oude woorden op
van de profeet Zacharias, woorden die zijn opgeschreven
en die de joodse omstanders kenden:

Juich jeruzalem, je koning is in aantocht,
bekleed met gerechtigheid en zege,
nederig komt hij aanrijden op een ezel,
op een hengstveulen, het jong van een ezelin,
hij zal vrede stichten tussen de volken,
zijn heerschappij strekt zich uit van zee
tot zee,
van rivier tot de einden der aarde.

En mensen beginnen hun mantels op de weg
te leggen en takken met bladeren
en een hele stoet loopt mee
terwijl ze roepen Hosanna,
Wat eigenlijk letterlijk betekent:
Help toch. Help nu.
Gezegend hij die komt in de naam van de Heer.
Help ons.
Het is een jubelkreet waarin
een verlangen naar redding zit.

Is dit hem, de mensen kijken elkaar aan,
ja misschien is dit hem,
de messias die komt om te bevrijden,
een koning, net als David, de grote David,
en ze roepen:
Gezegend het komende koninkrijk van
onze vader David.

Het lijkt wel net alsof er verkiezingen zijn geweest
en jezus als grote winnaar uit de bus is gekomen!

Zo trekt Jezus onder luid gejubel
voor een kort moment Jeruzalem in
om naar de tempel te gaan,

en zo zou daarna niets meer hetzelfde zijn,
maar niet op de manier waarop de mensen
die meetrekken met de stoet dat voor ogen zagen.

Wie kon bedenken dat deze Jezus,
die zo vol overgave begeleid en ontvangen werd
op deze dag
niet lang daarna zou worden veroordeeld,
en gekruisigt.

Tja, wie.

Nou, misschien wel de hogepriesters,
de religieuze leiders van diezelfde joodse aanhangers.

Zij ergerden zich al langere tijd aan deze Jezus,
een zelfverkozen profeet
die de mensen ophitste,
en die hen uitdaagde,
vooraanstaande schriftgeleerden bevroeg op de afspraken
die er waren gemaakt.
Mensen het hoofd op hol bracht.

Misschien dat ze samen konden werken
met de romeinse bezetter,
die ook deze Jezus in de gaten hield,
vanwege zijn invloed op het volk.
En misschien konden ze hem op de een of andere manier
laten berechten,
oh nee, aan de doodstraf dachten ze nog niet,
maar misschien wel laten zien, dat het niet zomaar kon,
dat je niet zomaar alles kan zeggen,
of doen,
en dat niets zomaar ongestraft kan verlopen als je je begeeft
in het centrum van de macht.

Maar naar macht was Jezus niet op zoek.

Of ja, námens een ander soort macht,
een diepere,
hogere,
liefdevollere macht
dan de menselijke macht
sprak hij.
Die ons in liefde laat zien
wat dat je ten diepste vrij bent als mens,
ongeacht welke menselijke machthebbers er ook over je regeren.

Dat deze boodschap uiterst gevaarlijk is,
dat wil zeggen dat deze boodschap uiterst gevaarlijk was voor
de machthebbers in die tijd
die mensen beinvloedbaar wilden houden,
en misschien wel voor elke tijd,
hoef ik u denk ik niet uit te leggen.

En het is deze vrijheid die de angst ként,
maar ook moedig maakt,
het is deze vrijheid die voorbij de regels ziet, wanneer het hart
te winnen is,
Het op shabbat aren rapende,
mensen genezende vrijheid,
hoeren en tollenaren omarmende vrijheid,
het is deze vrijheid die
liefdevol en confronterend vraagt:
wie kan de eerste steen uberhaupt werpen?

Het is deze weg die Jezus ging en hem bracht aan het kruis,
maar dat wat hij brengen kwam niet kon verwoesten,
zoals ook de machthebbers dat misschien ergens
moeten hebben geweten,
en zoals ook wij dat weten,
diep in ons hart,

dat er een weg is
die ons hart open maakt in plaats van gesloten,
een weg naar God,

of eigenlijk een weg van God naar ons,
waarin wij onszelf weer vinden,
en daarmee anderen kunnen ontmoeten,
die ons optilt en verder brengt dan wij zelf durven vermoeden,
die ons compassie leert,
en ons opstandig maakt,
een weg van vrede en recht.
Waarop je niet anders meer kan, dan in vrijheid lief te hebben,
omdat wij zelf zo lief zijn gehad.

Het is deze vrijheid die in Jezus' hart moet hebben gezongen,
die hem de moed gaf om als een mens te zijn,
en tegelijk ons iets liet zien
van dat wat boven tijd en ruimte uitgaat,
de vrijheid die zingt in harten van mensen,
ook van ons, als wij dat durven toelaten,
en ons daarnaar te keren,
om ons terug te brengen naar huis
naar God.

Amen.