29 maart 2018, Witte Donderdag

De man van Nazareth,

Wat is dat met die man uit Nazareth,
het gaat bij hem zo anders allemaal.
Hij zegt: de laatste wordt het eerst gered.
Wat is dat voor een wereldvreemd verhaal.

De bovenste wordt onderaan gezet.
Het gaat bij hem zo anders allemaal.
De brave burger vist achter het net,
de rover aan de schandpaal vindt de graal.

De tollenaar, de moordenaar, de slet,
hij laat ze tronen in de opperzaal.
Wat moet dat met die man uit Nazareth.
Hij roept maar wat, het is een grof schandaal.

De nette jongeman krijgt op zijn vet.
Wat zegt hij toch, wat is dat voor een taal.
Het wordt hier revolutie tot en met,
en onvoorspelbaar anders allemaal.

Wat keert hij om, die man uit Nazareth.
De lammen dansen, dat is abnormaal,
de armen krijgen alles bij zijn wet,
hij weegt de dingen op zijn eigen schaal.

Het is het ideaal van een pamflet,
het is van elders, het is niet legaal.
Daar is hij weer, die man uit Nazareth,
en het moet anders, anders, allemaal.

Michel van der Plas

Gemeente van onze Heer, Jezus Christus,

'Wat is dat met die man uit Nazareth?' zo vraag Michel van der Plas zich af in zijn gedicht. Hoewel ons verhaal uit het evangelie er niet in voorkomt, past de stemming van het gedicht er wel bij. De verwondering om alles wat alles wat anders moet. Het ongemak van het onvoorspelbare karakter ervan. Wat staat nog vast en is kennelijk nog goed genoeg? Wat moet kennelijk allemaal anders?

Het moet anders, anders, allemaal.

Er zijn van die mensen die dat kunnen. Die met een enkele actie mensen uit hun comfort zone kunnen halen en alles op losse schroeven kunnen zetten. Jezus doet dat meerdere keren in zijn leven. Bij de jonge man die komt vragen hoe hij het eeuwige leven kan verkrijgen, bij de vrouw die van overspel wordt beschuldigd en bijvoorbeeld bij de voetwassing. Dat zien we aan het verzet van Petrus als Jezus zijn voeten wil wassen. Als Jezus bij hem komt zegt hij: 'mijn voeten zult u niet wassen, nooit'. Dat hoorde niet, dat paste niet en was ongehoord. Zelfs Joodse slaven hoefden dat niet te doen, dat was het werk van heidense slaven.
Het is onvoorspelbaar anders bij Jezus.

Ik moest hierbij denken aan Paus Franciscus. Die heeft iedere keer van die onverwachte acties waarmee hij volgens mij de wanhoop van zijn beveiligers is. Gisteren mocht plotseling een Amerikaanse jongen met het syndroom van Down uit het publiek op het Sint Pietersplein met hem mee rijden in de pausmobiel. Vandaag viert hij de Witte Donderdag in de grootste gevangenis van Rome. Waarschijnlijk zal hij zelf daarbij de voeten van enkele gevangenen wassen.
Nog steeds is het grotendeels een symbolische handeling, maar door te kiezen voor gevangenen, in plaats van priesters zoals zijn voorgangers, kies paus Franciscus voor mensen die doorgaans met de nek worden aangekeken. Daarmee versterkt paus Franciscus de boodschap van het symbool. In navolging van zijn naamgenoot en van Jezus wil hij de armen en onaanzienlijken in deze wereld ten dienste zijn.

Waarom moet het anders?

Omdat de boodschap die Jezus namens zijn vader te brengen heeft zo anders is. Wereldvreemd is, zou je kunnen zeggen. Als Jezus zijn overkleed aflegt, de schaal met water oppakt en een voor een de voeten van zijn leerlingen gaat wassen, laat hij zien hoe het er in zíjn wereld aan toegaat. Er is een volwaardige plek voor iedereen. Het is een wereld waarin de slaaf niet meer is dan de meester, maar ook niet minder. Een wereld waarin het er om gaat de ander te dienen en tot bloei te brengen.
Zo maakt Jezus inzichtelijk dat zijn hele leven en sterven in het teken van staan dienstbaarheid. Met al die tekenen die hij de afgelopen jaren heeft gedaan, heeft hij anderen, vaak de zwakken in de samenleving, willen dienen. Zijn hele lijdensweg, die op het punt staat om te beginnen, ondergaat hij omwille van de mensen. Jezus wordt hiertoe gemotiveerd door de liefde die hij voelt voor de mensen die bij hem horen. Die liefde gaat tot het einde en daar voorbij.

Dat is een boodschap die er maar moeilijk in gaat bij de mensen, zo kan je ook in het evangelie lezen. De gemiddelde mens op straat gelooft namelijk niet zo erg in Jezus. Dat ondanks de wondertekenen die hij voor hun ogen heeft gedaan, zo heeft de evangelist Johannes net verteld. Jezus heeft niet voldaan aan hun verwachtingen. Hij heeft niet de revolutie gebracht waar ze op gehoopt hadden. Na al die tijd lijkt het op een mislukking uit te lopen. Je krijgt het gevoel dat Jezus het zelfs een hopeloze missie vindt om de man van de straat te overtuigen. Hij gaat weg en houdt zich voor hen schuil, zo laat de evangelist weten.
Maar zijn leerlingen zijn een ander verhaal. Zij behoren tot zijn vertrouwenskring en kennen hem beter dan de mensen die op een afstandje Jezus volgen. Terwijl hij samen met hen eet neemt hij de moeite om hen nog één keer zijn missie uit te leggen. Nog één keer probeert hij in woorden en daden uit te leggen waar het hem om gaat. Jezus hoopt dat ze genoeg van die andere wereld gesnapt hebben om hun weerstand te overwinnen.

Het moet anders, anders allemaal.

Misschien begint daar ook wel ons ongemak. Onze weerstand bij de verhalen die deze dagen klinken. Als we ons opeens realiseren dat dit niet alleen over anderen gaat, maar ook over ons. Dat Jezus niet alleen een inspirerend voorbeeld is, maar ook voor u en voor mij zijn overkleed af doet en ons vraagt: 'mag ik je voeten wassen?'
Daar stort ons ideaal van een maakbare wereld in. Daar komen wij tot de ontdekking dat wij niet alleen die sterke mannen en vrouwen zijn die het zelf wel kunnen. Opeens zien we de scheuren en het ongemak in ons eigen leven. Die andere wereld is nog zo ver weg en niet alles wat wij doen draagt eraan bij die dichterbij te brengen. Bij het realiseren van ons ongemak, onze lege handen voelen we hoe nodig ook wij het hebben om niet alleen te dienen, maar ook gediend te worden.
Door de voeten van zijn vrienden te wassen prent Jezus ook ons in dat hij is gekomen om in Gods naam mensen te dienen. Het doel van zijn dienstwerk is om mensen rein, puur en bovenal vrij te maken. Hij wast alles wat aan ons kleeft en ons bevuilt van ons af. Al onze fouten, imperfecties en tekortkomingen verdwijnen met het water door het afvoerputje. Ze kunnen ons niet meer binden en belemmeren. Door Jezus' dienende werk kunnen wij worden tot mensen zoals God ons bedoeld heeft.

Zo verandert Jezus door te dienen de wereld. Want moet je eens voorstellen wat voor hemel het op aarde wordt als er geen haat meer is om de intermenselijke verhoudingen te verwoesten, of als mensen hun macht niet meer hoeven misbruiken om hun gevoel van eigenwaarde op te poetsen. In zijn dienende houding laat Jezus zien hoe kostbaar wij zijn in zijn ogen. Zijn dienende houding ten opzichte van ieder mens, maakt Jezus juist anders.

Dat is wat we mogen ontdekken en de waarde ervan ontdekken voor ons eigen leven. Tegelijk wil Jezus zijn leerlingen, en via hen ons, inspireren. Jezus' noemt zijn handelen een voorbeeld. Hij stelt zelfs dat zijn volgelingen verplicht zijn om dat wat ze ontvangen hebben ook voor anderen te doen. Door in zijn voetsporen anderen lief te hebben en te dienen kunnen ook wij de wereld veranderen. Als wij een ander dienen, laten wij merken hoe kostbaar hij of zij is in onze ogen. Hoeveel mensen in deze wereld verlangen er niet naar zo'n teken van toenadering en liefde?
Dat dienen hoeft niet in grote symbolische daden te zitten. Jezus waste ook niet de voeten van de hele wereld, maar van de mensen die hij goed kende. In onze eigen omgeving liggen vaak al genoeg mogelijkheden om verschil te maken. In liefde de ander dienen is vaak een grote uitdaging voor ons.

Het moet anders, anders allemaal.

Ja, en daar mogen wij Jezus in volgen. Maar de grootste les van Pasen is misschien wel dat, waar onze liefde en ons dienen te kort schiet, Jezus' liefde het aanvult en heel maakt. Dat maakt hem zo anders dan ieder ander. Hij is gekomen om uit pure liefde iedereen te dienen. Dat is onze voedingsbron voor ons leven en geloof, deze goede week en alle dagen van ons leven.

Amen.