orgel1Historie van het orgel
Jonathan Bätz is de bouwer van dit orgel. Hij leefde van 1787 tot 1849. Zijn grootvader kwam rond 1733 uit Duitsland naar Nederland, waar hij in 1739 te Utrecht een eigen orgelbouwbedrijf begon. Zijn vijf kinderen waren allemaal werkzaam in de orgelbouwwereld. Kleinzoon Jonathan werd het bekendst en bouwde veel monumentale orgels, waaronder het beroemde orgel in de Sint-Lievensmonsterkerk te Zierikzee met 56 registers (dat helaas al in 1832 door een grote kerkbrand werd verwoest), in de Dom van Utrecht (50 registers), in de Ronde Lutherse Kerk van Amsterdam (49 registers), in de Nieuwe Kerk in Delft (47 registers), in de Grote Kerk te Maassluis (42 registers) en in nog veel meer kerken. Het orgel in Weesp kreeg 23 registers. 
orgel4

Het huidige orgel heeft twee voorgangers gehad. Het eerste heeft vanaf de periode vóór de reformatie tot 1592 dienst gedaan. In dat jaar bouwde vermoedelijk Pieter Janszoon Swart uit Utrecht een nieuw orgel. Johannes Duytschot voerde in 1694 een grote reparatie uit en onderhield het orgel in 1706/7. Na klachten van organist Hendrick Bouduycx deed orgelbouwer Jan van Daal in de periode van 1712 tot 1723 het onderhoud en repareerde het instrument in 1724. Grootvader Johann Heinrich Hartmann Bätz maakte in 1750 het orgel schoon en bracht 'foelie' aan op de frontpijpen.
In 1819 verkeerde het orgel in dusdanig slechte staat dat de kerkmeesters in 1822 een contract sloten met de gebroeders Bätz uit Utrecht voor het bouwen van een nieuw orgel. Kosten: 8821,46 florijnen Dit nieuwe instrument werd op zondag 12 oktober 1823 feestelijk in gebruik genomen. "Het orgel, alzo voltooid zijnde, werd die dag den plegtigen inwijding van hetzelve bepaald op Zondag de twaalfden October 1823.
Aan de Weleerwaarde Heer Jacob van Bleijenburgh, oudste Leraar der Gemeente, werd verzocht de feestrede uit te spreken, terwijl de fungerende leden van de Evangelisch Lutherse gemeente hier ter stede uitgenodigd werden de feestviering bij te wonen. Eene aanzienlijke menigte van hoorders, zo uit de stad als van elders, was samengevloeid. De Leraar Jacob van Bleijenburgh betrad des voormiddags ten negen uren de predikstoel en hield een doelmatige en algemeen goedgekeurde leerrede, ten onderwerp nemende Psalm 98 vers 4-7a, welke door Psalmen, Gezangen en orgelmuziek afgewisseld is geworden, wordende het orgel bespeeld door de heren Lingius en van der Eezen, organisten binnen deze stad.
Des namiddags deeden den Heeren Broerse en Brachthuizen onder den toevloed van een eene aanzienlijke meenigte, de kracht en welluidendheid van het speeltuig horen, door het uitvoeren van eene Ouverture, coraal-gevarieerd gezang nr. 40, 'de Morgenstond', een fluitconcert, bataille, sleedevaart en finale. En zo eindigde dit feest, tot genoegen der Gemeente en van alle aanwezigen, bij welke gelegenheid de wenselijkste orde geheerst had".

Bron: De Boekzaal der Geleerde Waerelt 1823, II p. 511

orgel2orgel3De kas - in Empire-detaillering - is verdeeld over Hoofdwerk en Rugpositief. Bovenop het orgelfront staan twee engelen. De engel links heeft een palmtak in de hand als vredessymbool; de andere engel houdt een slang vast die zichzelf in de staart bijt, als symbool voor de eeuwigheid. Tussen de engelen werden twee pijnappels aangebracht. De pijnappel is een vroegchristelijk symbool voor geestelijke vruchtbaarheid en onsterfelijkheid. Helemaal bovenaan, dus het dichtst bij de hemel, bevinden zich twee cherubijntjes. Cherubijntjes in de kerk waren altijd al een verwijzing naar de hemel, naar het naïeve en het smetteloze en zondeloze. Ze wekten vertedering op, zodat mensen hun zachte krachten wat eerder boven lieten komen. Met hun vleugeltjes konden ze het hierbeneden en het daarboven overbruggen. Voor veel gelovigen stonden ze gelijk met engelen.
Bovenop het Rugpositief is het stadswapen van Weesp prominent aanwezig.

Predikanten

Like ons op Facebook