24 juni 2018

Lieve mensen,
Gemeente van Jezus Christus,

Ik ben een vreselijke meerijder in de auto.
Ik probeer het soms wel een beetje rustig te houden,
de bestuurder doet natuurlijk ook wel zijn best.
Dan hou ik me in, kijk niet te veel mee,
maar soms kan ik het niet laten,
ho iemand van rechts.
Ja, ja, die heb ik gezien.

Dit alles heeft natuurlijk te maken met controle
willen houden, dat begrijp ik ook wel.
Je legt voor even de verantwoordelijkheid af,
en in iemands anders handen.
Die ander zit letterlijk even achter het stuur,
het roer van jouw leven.
Dat vind ik moeilijk, ik wil het dan het liefste overnemen.

Er zijn ook mensen die zo maar in slaap kunnen vallen
in de auto.
Mijn tante is bijvoorbeeld zo iemand. Die kan heerlijk
twee uur lang liggen ronken op de achterbank.
Ik kan dat niet. Of nog niet.
Ik kijk om de zoveel tijd dan met een scheef oog de weg op.

Vandaag ook een verhaal waarin iemand ligt te slapen.
Jezus.
En dat terwijl er niet niks aan de hand is.
Er is van alles aan de hand.

De leerlingen en Jezus zijn op een boot gestapt om
naar de andere kant van het meer te varen.
Maar midden op dat water slaat het weer om,
er steekt een storm op.
Hevige golven klotsen over de reling heen,
de leerlingen raken in paniek,
en Jezus?
die ligt op een kussen achter in de boot.
En hij slaapt.

Het is een verhaal dat tot de verbeelding spreekt.
Want onze taal zit vol met uitdrukkingen
die gaan over:
de woelige baren, of
met elkaar in zee gaan,
in hetzelfde schuitje zitten.

Dat water is een symbool,
draagt en stroomt,
maar neemt ook soms,
een plek van ondoorgrondelijke diepte,
de dood.

En die boot, daar zitten we allemaal in,
het schuitje van ons leven. En zo gaan we,
over dat spreekwoordelijke water,
over de golven van het bestaan,
en ook -soms- door stormen heen.
Stormen die zomaar ineens komen opzetten
in ons leven.
Terwijl het water zo rustig leek,
terwijl de wind goed stond,
is daar plotseling toch die storm die ons leven,
door ziekte, door verlies,
of pijn,
omkeert, ons leven ondersteboven zet,
en ons in paniek brengt.
Ons angstig maakt,
zoals het de leerlingen angstig maakt.

Wanneer alles om ons heen raast,
is die angst niet ongegrond.
Met man en macht proberen we het water uit onze boot,
uit ons leven,
te houden, de storm te peilen,
de situatie onder controle te houden.
Maar aan welke reling moet je je vast houden,
als je eigen boot volloopt en
aan het zinken is?

De leerlingen houden het dan ook niet langer uit,
Meester we vergaan!
Ze maken Jezus wakker:
Kan het u niet schelen dan?

Maar Jezus sliep. Niet omdat het hem niets kan schelen
wat er gebeurt, maar omdat hij simpelweg kón slapen,
door alles heen.
Zich over had gegeven.
Want voor slaap is dat nodig.
Je gaat liggen, je laat je gaan, ontspanning,
de slaap neemt het over.
Overgave.

Nee het is geen onverschilligheid,
want zodra Jezus wakker is maakt hij een einde
aan de storm, de rust keert terug,
maar de leerlingen spreekt hij fel toe:
Waarom hebben jullie zo weinig moed,
geloven jullie nou nog
steeds niet?

Het is een van de vele keren dat Jezus
in verontwaardiging uit zijn slof schiet
en ik vind het altijd mooi om dat ook te laten zien
omdat er altijd een beeld van Jezus wordt geschetst als
zo'n aardige zachte figuur,
maar hij kon ook fel zijn, boos, menselijk, teleurgesteld en
verontwaardigd.

Maar in deze uitspraak schuilt bijna een soort heilige
of doelgerichte verontwaardiging,
ik zie er bijna iets in wat vergelijkbaar is
met hoe een ouder boos kan zijn kind
op zijn kind. Niet vanuit boosheid,
maar vanuit een bepaalde ongerustheid
of urgentie: snap je het nou nog niet.
Het is de verkeerde toon, dat weet je ook als ouder,
maar je hoopt zo dat je kinderen
iets oppikken van het leven,
omdat je weet: ooit ben ik er niet meer,
en dan moet je het zelf weten en kunnen.
Dan moet je iets van wat ik heb geprobeerd
over te brengen in jezelf hebben opgenomen.

En dat is precies waar het door heel het
marcusevangelie heen nogal eens aan schort bij de leerlingen.
Steeds laat Jezus iets zien,
sterker nog in de laatste zin voordat dit verhaal van vandaag zich afspeelt
staat
met zulke en andere gelijkenissen maakte jezus aan de mensen
het goede nieuws bekend, voor zover ze het konden begrijpen.
Hij sprak alleen in gelijkenissen met hen, maar wanneer hij alleen
was met zijn leerlingen, verklaarde hij hun alles.
Jezus probeert dus met man en macht
zijn leerlingen voor te bereiden
en steeds laat de schrijver van het marcus evangelie
zien dat de leerlingen
er nog niet veel van begrijpen.

Het verhaal van vandaag eindigt er dan ook mee
dat de leerlingen zich nog meer afvragen wie hij toch is,
deze vreemde man,
dat zelfs wind en water
hem gehoorzamen.

Er bestaat zo iets als het oog van de storm.
Dat is een natuurkundig verschijnsel.
In het oog van de storm is het windstil
en vaak is het er onbewolkt terwijl er op korte afstand
een orkaanstorm om dat oog heen kan razen.
Het oog van de storm is een stiltepunt in de storm zelf,
het is de kern van de storm,
de plaats van rust.

Het zal nog een lange tijd duren
voordat de leerlingen dat wat Jezus
hen probeert over te brengen
in zichzelf opnemen.
Voordat ze begrijpen dat Jezus zélf er niet meer
zal zijn, al heen snel meer,
maar dat wat hem dreef
dat wat hem moed gaf
wat hem alle stormen deed trotseren,
niet omdat hij zelf geen angst kende in die laatste dagen voor zijn dood,
maar ondanks die angst,
dat dat niet verloren gaat.
Dat wat hem Christus maakte,
letterlijk de gezalfde van God,
werd uitgedeeld aan hen,
in die jaren die ze met hem gingen,
in de verhalen die hij hen vertelde,
en in de laatste maaltijd die hij met hen vierde
Zodat dat wat de leerlingen mee krijgen,
een stukje van die Christus in henzelf zal zijn
en met hen mee zal gaan,
zoals het ook met ons mee gaat.

Het is menselijk om angst te voelen,
die angst hoort bij ons,
wij zijn wezen met emoties,
de golven van ons leven,
maar het is aan ons om telkens te zoeken
naar het oog van de storm,
de kern
daar waar Christus in onszelf op kan staan,
en ons moedig maakt,
ondanks onze angst,
ons geloof voedt,
ondanks ons wantrouwen,
ons geruststelt,
ondanks onze zorgen,
en ons uiteindelijk in slaap kan doen laten vallen,
ondanks de vele stormen die in ons leven kunnen woeden.

Het is menselijk om dat
moeilijk te vinden,
om dat te verliezen af en toe,
en om daar naar te moeten zoeken,
en het is mooi dat we vandaag het avondmaal mogen
vieren,
om ons daaraan te herinneren,
ook lijfelijk,
dat er iets is om naar terug te keren.

Amen