31 december 2016

Gemeente van Jezus Christus,

Het is op de laatste dag van het jaar
dat we meestal, net iets meer dan anders,
nadenken over tijd.
Tijd die verglijdt,
Tijd die doortikt,
omdat we op een drempel staan.

Er is weer een jaar voorbij.
en een nieuw jaar ligt nog voor ons.
Open, en nog onbeschreven
als een schone lei.

Op een avond als deze kijken we terug
en denken we ook aan
wat dat nieuwe jaar zal gaan brengen.

Het jaar 2016 is een roerig jaar geweest.
Hoogte en dieptepunten, voor de wereld
om ons heen, maar misschien ook in uw
persoonlijke leven.
Nieuwe relaties, vrienden die langskwamen,
kinderen die trouwden,
misschien ook zorgen
die er waren, ziekte, en weer opkrabbelen,
en wellicht ook afscheid nemen van mensen die we
nu moeten missen.
Wat kan er veel gebeuren in een jaar en wat gaat het
tegelijkertijd toch altijd weer snel.

Iemand die zich ook bewust was van de
vele schakeringen in het leven was de schrijver van
het boek Prediker.
De tekst die we vandaag hebben gelezen
is een klassieke tekst die
veel wordt gelezen,
niet alleen omdat het een hele
mooie tekst is, maar ook omdat we er veel in herkennen.

Ja, zo is het inderdaad.
Het leven ís dat allemaal.
Er wordt gehuild, en gelachen,
gedanst en gerouwd,
er wordt afgebroken en opgebouwd.
Voor alles wat er gebeurt is er een uur, zegt prediker,
een tijd voor alles wat er is onder de hemel.

De tekst van Prediker krijgt
nog meer diepte wanneer we ons realiseren
dat het komt uit een tijd ruim voor Christus,
dus voor de uitvinding van de kalender,
de klok, of laat staan de agenda.
Wij zijn, met wat er in ons leven en onze maatschappij
van ons gevraagd wordt, heel erg
bedreven geraakt in het plannen.
"Wanneer kom je?"
"Wanneer moet het af zijn?"
Maar misschien zijn er ook wel een goed aantal mensen
onder u die nog een andere tijd hebben meegemaakt,
een tijd met minder druk,
een tijd waarin mensen vaker onverwacht langskwamen,
bleven eten of slapen.

Wanneer kalender, klok of agenda je
ontbreken is de tijd gevuld met dat wat zich simpelweg aandoet.
En zo was het denk ik in de tijd van Prediker
meer nog dan in onze tijd:
het rouwen dient zich aan,
dus er is een heden, een nu, voor rouwen,
het baren dient zich aan,
dus er is een heden voor baren,
het sterven dient zich aan,
dus er is een een heden voor sterven.
Dat heden, dat is je tijd.
Daar klinkt, vind ik, ook nog iets anders in mee:
als het tijd is om te rouwen, rouw dan ook.
Als het tijd is om te dansen, dans met hart en ziel.
Neem er de tijd voor.

Het gaat mij er niet om het verleden op te hemelen
of de tijd van nu af te keuren,
maar misschien heeft het wel iets heilzaams
om in de geest van Prediker
om dit moment tussen
oud en nieuw te pakken
om heel even stil kunnen staan,
om adem te halen in het heden.

Misschien mogen we dan vanavond Prediker ook wel gebruiken
als oproep om
de tijd te nemen met alles wat er nu, in dit heden opkomt.
In dit heden waarin we met elkaar hier zitten,
tussen oud en nieuw.
Tussen toen en toekomst.
Rondom het licht
van de paaskaars, die symbolisch
altijd brandt als we aankomen
en zal blijven branden als we weggaan.

En misschien kunnen wij
wat er in dit moment opkomt,
hier neer leggen.
Alle hoogte en alle dieptepunten van het oude jaar
alle zorgen, verdriet of pijn,
alle geluk, plezier en tevredenheid
alle dingen die niet goed gingen en
alle dingen die wel goed gingen
zijn onderdeel geweest van onze weg hier
naar dit moment toe.
Dat is voorbij.
En morgen zal zijn eigen hoogte en dieptepunten hebben.
Hier in het heden zijn wij
en laven ons aan de mogelijkheid om simpelweg even
te kunnen zijn.

Amen