11 februari 2018

Preek jeugddienst

Lieve mensen, gemeente van Jezus Christus,

Als ik me vroeger verveelde dan ging ik wel eens naar
mijn ouders en dan zei ik: ik verveeeel me.

Een van de eerste keren dat ik dat deed weet ik nog goed.
Mijn vader zei: weet je wat je kunt doen?
Ik zei: nee. Wat?
Mijn vader: Je kunt je schoen uitdoen.
Ik: Mijn schoen uitdoen? Ja! En dan?
Mijn vader: En dan... doe je je sok uit.
Ik: Ja??? En dan?
Mijn vader: Dan ga je lekker een tijdje met je grote teen spelen.

Nou ja zeg! Daar had ik dus ook niets aan.

En mijn moeder. Mijn moeder was slim. Als ik dan zei:
ik verveel me, die had altijd
een klusje.
Die zei dan: oh ik weet nog wel een leuk klusje.

Maar het is waar. Vandaag bij deze dienst,
bij deze dienst die gaat over Saai of niet?
heb ik toevallig ook net een klusje.

Maar het is wel ook echt een leuk klusje hoor.
Want eh, ik ga een feest houden.
Hier.
En ik moet nog even schoonmaken.
En het is best een grote ruimte dus.

Ik weet niet of iemand me kan helpen.
Dit konden ze in de woestijn natuurlijk niet doen, he?
Geen beginnen aan met al die zandkorrels!

En ik heb ook nog een slinger.
Ja, bij een feest hoort een slinger dus die moet worden
opgehangen.

Ja dat is mooi.
Op veel plekken wordt teovallig vandaag ook feest gevierd.
Wie weet wat voor feest er vandaag wordt gevierd?
….


Carnaval. Ja, vandaag zijn de dagen van carnaval.
En op sommige plekken wordt dat meer
en in sommige plaatsen minder gevierd.
Het is van oorsprong een katholiek feest.

Het duurt totdat het woensdag is.
Aanstaande woensdag.

En wie weet hoe die woensdag heet?
Aswoensdag.
Ja. In sommige met name katholieke kerken kun je dan ook op die woensdag
een kruisje halen voor op je voorhoofd.
Een kruisje van as,
als een soort symbool dat alle feestelijkheid tot een stop komt,
en dan beginnen er 40 dagen
van stilte. En inkeer en vasten.

Met dat getal 40 zijn we terug in de woestijn,
terug bij de mensen
waarover we hoorden.
Terug bij de 40 jaar, waarvan zij aan het begin niet
eens wisten dat het zo lang zou worden.
40 is een symbolisch getal,
het geeft aan dat het soms lang kan duren voordat er
iets nieuws aan kan breken,
dat het lang kan duren, om opnieuw je weg te vinden.

Het lijkt misschien gek om de vraag te stellen
wat saaier is.
40 jaar in de woestijn, ja, ik kan best begrijpen
dat mensen zich daar verveeld moeten hebben.
Maar hoe zit dat met ons.

Het feestvieren, Of de 40 dagen daarna.
Wat zou saaier zijn.
Nou, het feest niet in ieder geval. Zou je denken.
Maar soms kun je ook op een feestje het niet altijd naar je zin hebben.
Of het kan ook zijn dat je je zelfs op een feestje kan vervelen,
als je bijvoorbeeld al heel vaak zo'n feestje hebt gevierd.
En daar tegenover kunnen soms dagen van stilte
en lezen en de regen op het dak
heel fijn zijn.



Eigenlijk kun je dat dus op die manier niet vragen,
wat saaier is.
Misschien is het wel zo dat we beide dingen nodig hebben.
Dat beide dingen ook bij het leven horen.
Dat er een tijd is van feesten,
De tijd van naar buiten gaan,
en opengaan,
en dat er een tijd is van
naar binnen gaan.
Van inzichten. Van opruimen binnenin.
Van zoeken naar een nieuwe weg.
Altijd feestvieren is saai,
nooit feestvieren is ook maar saai.
Laten we het afwisselen,
en niet vergeten om na feestvieren
naar binnen te kijken
en omgekeerd, om na het naar binnen te kijken
naar buiten te gaan en uit te delen en contact te maken.

De slinger hangt er mooi bij,
het podium ook,
vandaag mogen we nadenken over
de geweldige vragen van de jongeren.
en ook voor onszelf nagaan,
hoe gaan wij deze dagen in, vandaag en die straks beginnen.

Amen